Kennisplatform
logo wij-leren.nl
Inloggen
Het Kennisplatform voor het onderwijs
Nieuw: Let op! Wij-leren.nl lanceert nieuwe website

Leesproblemen en dyslexie: breinlezen -1 -

Filipiak, P. (2020). Leesproblemen en dyslexie: breinlezen -1 -.
Geraadpleegd op 16-07-2024,
van https://wij-leren.nl/Leesproblemen-dyslexie-breinlezen-leesbanen-deel-een.php
Geplaatst op 14 november 2020
leesproblemen, dyslexie, breinlezen deel 1

In een tiental artikelen gaat de auteur in op leesproblemen en dyslexie. Aan de orde komt zo ongeveer alles wat hiermee te maken kan hebben. Hieronder allereerst de structuur van deze artikelenserie, die in vier hoofdstukken is verdeeld en waarvan de corresponderende artikelnummers tussen haakjes vermeld staan. Veel leesplezier!


Hoofdstuk 1: Leesproblemen en dyslexie: breinlezen

a. Leesbanen in het brein (1)
b. Leesproblemen (2)
c. Comorbiditeit (3)

Hoofdstuk 2: Leesproblemen: fonologische dyslexie

a. Fonologische dyslexie (4)
b. Hardnekkigheid (5)
c. Leessnelheid (5)

Hoofdstuk 3: Leesproblemen en dyslexie: preventie

a. Voorkomen (6)
b. Directe of taakspecifieke leesobservatie (6)
c. Toetsing en methode (7)
d. Compenseren (7)
e. Dyslexieverklaring (7)

Hoofdstuk 4: Hulp bij leesproblemen en dyslexie

a. Goed leesonderwijs (8)
b. Hulpprogramma’s (9)
c. Toegankelijkheid (10)


Deel 1 Leesproblemen en dyslexie: breinlezen

Leesproblemen zoals te langzame woordbenoeming, begripsproblemen en hardnekkig letter-voor-letter lezen  komen hier aan de orde. Begrijp en interpreteer ze tegen de achtergrond van het lezende brein.

Leesbanen in het brein

Top-down attention and serial reading: een gebied onder andere voor aandacht en voor de controle van oogbewegingen, waaronder de saccadische beweging voor het fixeren van woorden bij het lezen van zinnen.

Visual inputs: in deze primaire visuele cortex wordt de informatie naar het blauwe en rode gebied gestuurd voor verdere verwerking van informatie van de retina. En voor het verwerken van letterinformatie. Het gaat om een interface tussen visuele processen en hogere fonologische en semantische processen.

Visual word form or recognition area (letterbox): Het 'lettergebied' raakt gespecialiseerd in letters. Het geeft na enige leertijd geen andere reactie voor een woord dat in hoofdletters of kleine letters staat of in een ander lettertype of in schrijfletters wordt weergegeven. Binnen het 'lettergebied' reageren sommige neuronen op individuele letters en sommige op hele woorden met een directe woordherkenning. Milene Bonte [i]: Hoewel meer onderzoek nodig is, lijkt de visuele cortex bij kinderen met ‘dyslexie’ minder ‘expert’ te worden in het herkennen van letters en woorden.

Acces to pronunciation and articulation: de informatie gaat vervolgens naar de auditieve cortex en die splitst woorden op in fonologische onderdelen, zodat ze intern in het brein sub-vocaal kunnen weerklinken in het Brocagebied: het geschreven woord wordt aan het gesproken woord gekoppeld. Carter noemt dit de ‘Phonological loop’ of ‘het innerlijke oor’ waar de klank van het woord wordt gemaakt en herkend.[ii]  De kanariegele banen hebben anders gezegd betrekking op de verwerking van de fonologische en fonemische structuur van woorden. Milene Bonte [iii]: Hersenscans hebben laten zien dat de reactie van de auditieve cortex op een spraakklank, zoals de klank /a/, bij goede lezers versterkt wordt wanneer gelijktijdig de letter ‘a’ wordt aangeboden. Kinderen en volwassenen met ‘dyslexie’ laten deze versterking veel minder zien.

Acces to meaning: vervolgens wordt de betekenisstructuur aangestuurd in het frontale breingebied (groen). [iv] De temporale hersenschors koppelt de informatie aan betekenis uit diverse geheugens. Het begrip van een geschreven tekst kan dan worden verdiept met onder andere herinneringen uit de hypocampus. Daar zetelt ook het episodisch geheugen met ’foto’s en filmpjes’ van ervaringen. Bijvoorbeeld in het geval van het lezen van fictie met de koppeling van tekst aan persoonlijke herinneringen. [v] [vi]

Gelet op de pijlrichtingen is het duidelijk dat breinprocessen lijken te verlopen met heel veel interactie en feedback tussen breingebieden. Veel leesspecialisatie vindt plaats op het niveau van neuronen die in netwerken met elkaar zijn verbonden.

Ontluikend breinlezen

Zichtbaar in het brein

Uit onderzoek met MRI-opnames bleek dat kleuters die hun naam niet hebben leren stempelen, minder hersenactiviteit te zien gaven in reactie op letters, in gebieden waar het latere lezen is gelokaliseerd [vii]. Alles wat peuters in de voorschoolse fase doen om mondeling kennis te maken met lezen is enorm belangrijk: luisteren naar prentenboekverhalen, naar versjes en rijmpjes, spelen met houten letters, de eigen naam stempelen en de letterklank laten horen bij het stempelen.

Gebruik daarvoor bijvoorbeeld de Interactieve klankstempelset Kiene klanken van Educo. (Zie voor een bespreking de site van meester Sander.) [viii]. Dit komt neer op het ‘spellen van letters en woorden’ dat aan het leren lezen vooraf kan gaan. Dit wordt van meet af aan ondersteund door beeld en motoriek. Zie daarover [ix]

De resultaten van hersenonderzoek bij kinderen en volwassenen laten kwalitatief verschillende activatiepatronen zien voor ‘dyslectisch’ en ‘niet-dyslectisch lezen’. In plaats van de sterke activering linksachter in de hersenen bij goede lezers, is er sprake van een meer diffuus activatiepatroon vooraan in de rechterhersenhelft bij dyslectische lezers. Een ‘hulpteam’ van neurale systemen probeert de taak van het tekortschietende pri­maire leessysteem over te nemen en daarvoor is extra tijd en leesoefening nodig. ‘Dys­lectische’ volwassenen die een gemiddeld niveau van nauwkeurig lezen bereiken, slagen daarin door terug te vallen op de tragere, secundaire neurale omweg. [x]

Ingewikkeld

Overigens is het zo dat nog in 1995 leeswetenschappers niet wisten wat er precies mis kan gaan met het lezen in de genoemde breingebieden. Clark en Uhri [xi] en Stemmer en Whitaker [xii] hebben het over een sterke functionele en onmisbare verbinding tussen Broca en Wernicke in de linkerhersenhelft bij de ontwikkeling van het praten. Hagoort [xiii]merkt erover op dat in de spraakontwikkeling veel meer breingebieden betrokken raken. In recente jaren ontdekte neurolinguïsten dat het Broca-hersengebied in feite meerdere neurologische gebieden bevat. Onderzoekers van de Duke University [xiv] vonden dat fMRI-scans te onbetrouwbaar zijn om er harde conclusies aan te verbinden. Alleen voor taaltaken is er een redelijke gelijkenis tussen hoe het brein de ene en de andere keer reageert. Milene Bonte [xv]: Het leren lezen gaat gepaard met dynamische veranderingen op verschillende niveaus, die ook nog eens op een complexe manier met elkaar interacteren.

Het opstellen van een theoretisch verband tussen taal en de hersenen is nog steeds extreem moeilijk.

Geraadpleegde literatuur

In de vier artikelen worden leesproblemen, inclusief (fonologische) dyslexie, besproken tegen de achtergrond van neurolinguïstisch onderzoek. Een goede daarvoor is nog steeds het werk van de onderzoeksgroep van Shaywitz in het ‘Yale Center for Dyslexie’. Andere bronnen zijn te vinden in het werk van David Kemmerer (2015), van Brigitte Stemmer en Harry A. Whitaker (2009) en van Erika Hoff en Marilyn Shatz (2009). In Nederland gaat het om het onderzoeks-werk van Peter Hagoort aan het Neurobiology of Language Department. Een goed overzicht uit 1995 geeft het boek Dyslexia; Theory & Practice of Remedial Instruction, van Diana Brewster Clark en Joanna Kellogg Uhry. En Dyslexie; Theorie, diagnostiek, behandeling van J.J.Domont uit 1991. Het beste recente overzichtswerk is ‘Dit is dyslexie; achtergrond en aanpak’ van Aryan van der Leij uit 2017. Goed bekend zijn ook de uitgebreide en praktische Protocollen Leesproblemen en Dyslexie van het Expertisecentrum Nederlands, voor groep 1 en 2, groep 3 en voor groep 5 tot en met 8; respectievelijk uit 2010, 2011 en 2011. Betrokken auteurs zijn van Druenen, Gijsel, Scheltinga, Verhoeven en Wentink. In ‘Bestaat Dyslexie?’ (Levering, 2020) vind je veel zinvolle reflexie op het fenomeen van leesproblemen en dyslexie, door enkele gerenommeerde Nederlandse leesdeskundigen.

Zie tot slot ook:


[i] Wat zeg het lezend brein over dyslexie?; M. Bonte, 2020 in (92).

[ii] Met lezen aan de slag in cluster 4; Wentink, van Oorschot, 2010. Zie: Protocol Leesproblemen en Dyslexie-groep 3, 2010.

[iv] Dyslexia, Theorie & Practice of Remedial Instruction; Clark, Uhry; 1995.

[v]Wat zeg het lezend brein over dyslexie?; M. Bonte, 2020 in (92).

[vi] The Brain Book; Carter, 2009

[vii] Dyslexia, Theorie & Practice of Remedial Instruction; Clark, Uhry; 1995.

[ix] ‘The Reading - Writing Relationship’ in Dyslexia; Theory & Practice of Remedial Instruction; Clark,Uhry; 1995.

[x] Hulpgids Dyslexie, een nieuw en volledig op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd programma om leesproblemen te overwinnen; Shaywitz, 2005. Zes stadia van leesontwikkeling: Chall 1983: in Stages of Reading Development; 1996.

[xi] Dyslexia, Theorie & Practice of Remedial Instruction; Clark, Uhry; 1995.

[xii] Handbook Of The Neuroschience Of Language; Stemmer en Whitaker, 2008.

[xiii] Why the language-ready brain is so complex; Hagoort, 2019. https://www.mpi.nl/news/why-language-ready-brain-so-complex

[xiv] (Studies of brain activity aren’t as useful as scientists thought; Duke researcher questions, 15 years of his own work with a reexamination of functional MRI data; Bates, 2020. https://today.duke.edu/2020/06/studies-brain-activity-aren%E2%80%99t-useful-scientists-thought

[xv] Wat zeg het lezend brein over dyslexie?; M. Bonte, 2020 in (92).

 

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief.

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 3500+ artikelen.