Kennisplatform
logo wij-leren.nl
Inloggen
Het Kennisplatform voor het onderwijs
Nieuw: Let op! Wij-leren.nl lanceert nieuwe website

Leesproblemen en dyslexie: Comorbiditeit -3-

Filipiak, P. (2020). Leesproblemen en dyslexie: Comorbiditeit -3-.
Geraadpleegd op 16-07-2024,
van https://wij-leren.nl/leesproblemen-dyslexie-comorbiditeit-hyperlexie-tos-deel-drie.php
Geplaatst op 7 december 2020
leesproblemen, dyslexie, comorbiditeit deel 3

In een tiental artikelen gaat de auteur in op leesproblemen en dyslexie. Aan de orde komt zo ongeveer alles wat hiermee te maken kan hebben. Hieronder allereerst de structuur van deze artikelenserie, die in vier hoofdstukken is verdeeld en waarvan de corresponderende artikelnummers tussen haakjes vermeld staan. Veel leesplezier!


Hoofdstuk 1: Leesproblemen en dyslexie: breinlezen

a. Leesbanen in het brein (1)
b. Leesproblemen (2)
c. Comorbiditeit (3)

Hoofdstuk 2: Leesproblemen: fonologische dyslexie

a. Fonologische dyslexie (4)
b. Hardnekkigheid (5)
c. Leessnelheid (5)

Hoofdstuk 3: Leesproblemen en dyslexie: preventie

a. Voorkomen (6)
b. Directe of taakspecifieke leesobservatie (6)
c. Toetsing en methode (7)
d. Compenseren (7)
e. Dyslexieverklaring (7)

Hoofdstuk 4: Hulp bij leesproblemen en dyslexie

a. Goed leesonderwijs (8)
b. Hulpprogramma’s (9)
c. Toegankelijkheid (10)


Deel 3 Leesproblemen en dyslexie: Comorbiditeit

Sommige leesproblemen kunnen samenhangen met andere problemen die de leesvaardigheid negatief kunnen beïnvloeden. Het gaat, met een vervelende term, over comorbiditeit. In [i]worden enkele aandoeningen genoemd die met leesproblemen gepaard kunnen gaan. Het gaat over AD(H)D, ASS, NLD, TOS en Hyperlexie.

Attention Deficit (Hyperactive) Disorder

Dit is een aandoening die samen kan gaan met leesproblemen. Bij misschien 25% van de leerlingen met ‘dyslexie’ is ook sprake van ADHD. Ook ‘dyslectische’ lezers kunnen immers aandachtsproblemen hebben, maar die komen dan voort uit het moeizame lezen. Bij een onderzoek kan een leerling zich goed richten op lezen in een rustige gestructureerde situatie. Maar in de groep met veel afleiding in de klas lukt het niet en lijkt het leesprobleem te maken te hebben met ADHD. Goed kunnen lezen vereist immers ook een goede concentratie in een onrustige klas.

Autistisch Spectrum Stoornis

Kinderen met autisme kunnen een dysfunctie hebben bij het interpreteren van informatie waarbij ze gebruik moeten maken van de context. Fonologische vaardigheden hoeven niet te zijn aangetast, maar de spreekkwaliteit en intonatiepatronen blijven atypisch, bijvoorbeeld met een abnormale volumecontrole, een nasaal stemgeluid en een monotone spreekprosodie. De taalpragmatiek is het meest aangetast. [ii]
Kinderen met autisme hebben vaak begripsproblemen bij emotie in teksten en hebben vaak een achterstand in taalontwikkeling, behalve in het geval van het syndroom van Asperger.

Soms hebben ze moeite met analyse en synthese bij het lezen en kunnen ze verworven taalvaardigheden weer verliezen. En ze kunnen problemen vertonen bij het generaliseren van kennis naar andere situaties. Ze hebben regelmatig moeite met het volgen van instructie, hebben vaak een rigide leergedrag, maar kunnen op deelgebieden veel kennis hebben.
Hun lexicale sterkte kan opvallend zijn. Sommige van hun taalproblemen lijken op een Taal Ontwikkelings Stoornis. [iii]

Taal Ontwikkelings Stoornis

TOS, is een neurologische aandoening met al op jonge leeftijd gevolgen voor de taal-verwerving. Kinderen met TOS hebben moeite met het begrijpen en uiten van taal. Het kan het spreken, luisteren, lezen en schrijven beïnvloeden, bij kinderen zonder gehoorverlies of een verstandelijke beperking. [iv]Taalachterstand in het kader van TOS, is niet vergelijkbaar met taalachterstand veroorzaakt door omgevingsfactoren. In dat geval kan de achterstand namelijk later weer ingehaald kan worden. In een Nederlandse klas van 30 leerlingen zouden gemiddeld twee kinderen met TOS zitten.

De volgende tekorten kunnen voorkomen:

  • een auditief verwerkingstekort;
  • een articulatietekort;
  • grammaticale tekorten;
  • lexicaal semantische tekorten en
  • tekorten in sociaal taalgebruik.

Veel kinderen met TOS ontwikkelen op latere leeftijd ‘dyslexie’. TOS wordt ook wel een ontwikkelingstaalstoornis, taalvertraging, SLI,  of ontwikkelings-dysafasie genoemd. [v]  [vi]De impact van TOS op de taal- en leesontwikkeling blijft meestal bestaan in de volwassenheid. [vii]  [viii] Andere kenmerken van TOS zouden kunnen zijn:

  • Moeite met begrijpen van woorden en zinnen;
  • meer tijd nodig om informatie te verwerken;
  • niet in staat om alle informatie op te pakken of onthouden;
  • moeite met het concentreren;
  • het lastig om te communiceren in een drukke omgeving bijvoorbeeld met volgen van gesprekken;
  • moeite met plannen en organiseren;
  • moeite met veel informatie, opdrachten tegelijk;
  • moeite met uitspreken van woorden, bepaalde klanken;
  • moeite met verhaalopbouw en goede zinnen maken;
  • moeite om antwoord te geven op een vraag.

Anneke Smits bespreekt in het ‘Handboek Taalontwikkelingsstoornissen’ [ix] de relatie tussen taalontwikkelingsstoornissen en dyslexie. In een vermeld onderzoek voldeed 53% van de kinderen zowel aan diagnostische criteria voor zowel TOS als dyslexie. Er is veel overlap.
Haar aanbevelingen voor behandeling zijn relevant voor alle leerlingen die achterblijven in hun taal- en leesontwikkeling. Verder merkt Anna Bosman hierbij op dat het nogal merkwaardig is dat je bij een leerling met ADHD of autisme moeilijker een leesprobleem zou kunnen vaststellen.
Meer informatie over ADHD, ASS en NLD is te vinden in [x].

Non-verbale leerstoornis

Een Non-Verbale Leerstoornis, ook bekend als NLD, of NVLD, is een leerstoornis gekenmerkt door een sterke verbaliteit maar met moeilijkheden op het visueel-ruimtelijk, motorische en sociale vlak. Het wordt soms verward met ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ en met een ‘Autisme Spectrum Stoornis’.

Bij NLD zijn er problemen met de visuele informatieverwerking en moeite met het onderscheiden van op elkaar lijkende letters. Het kan gepaard gaan met schrijffouten en soms met een onleesbaar handschrift. Het onthouden en toepassen van spellingregels, het interpreteren van impliciete betekenissen van taal en het figuurlijk taalgebruik kan problemen geven bij het lezen. Het sociaal taalgebruik is vaak inadequaat.
Er kan sprake zijn van een zwakke begripsvorming en zwak denken in concepten. Een leerling met NLD kan bij het praten moeite hebben om tot de kern te komen. Kinderen met NLD zonder ‘dyslexie’ beschikken vaak wel over goede automatiserings-vaardigheden. De kernvoorwaarde voor NLD is het grote verschil tussen de verbale en performale scores in het IQ . In de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual) en in ICD-de International Classification of Diseases’ is NLD overigens niet opgenomen. [xi]

Hyperlexie

Deze kinderen vertonen een zeer goede lees- en schrijfvaardig, maar hebben moeite met het begrijpen van spraak. Ze kunnen problemen hebben met sociale interactie en kunnen symptomen van autisme vertonen. Ze zijn gefascineerd door letters en getallen en kunnen vroeg lezen. Breinscans laten zien dat hyperlexie het tegenovergestelde is van fonologische dyslexie. Breingebieden die in het geval van ‘dyslexie’ zijn achter gebleven zijn in het geval van hyperlexie overactief. [xii]
Zie voor hoogbegaafdheid en dyslexie de website: https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/kinderen/183950-hoogbegaafd-en-dyslectisch-slim-maar-te-dom-om-te-lezen.html

(Pseudo-) dyslexie.

Het mag duidelijk zijn dat er meerdere leesproblemen kunnen voorkomen, die niet als ‘dyslexie’ betiteld mogen worden. De meeste leesproblemen kunnen eigenlijk helemaal geen ‘dyslexie’ worden genoemd. Zelfs kinderen met dezelfde aanleg voor fonologische dyslexie zullen zich verschillend ontwikkelen, afhankelijk van hun ervaring met taal. Al het leren lezen gaat in het begin traag en onnauwkeurig bij het herkennen en manipuleren van letterklanken.
Gebruik in het geval van leesproblemen niet de term ‘stoornis’. Dat komt uit de wereld van de etiketterende DSM-diagnostiek en doet denken aan gestoord. Voor je het weet wordt er een medicijn voor ‘dyslexie’ op de markt gebracht.

Geraadpleegde literatuur

In de vier artikelen worden leesproblemen, inclusief (fonologisch) dyslexie, besproken tegen de achtergrond van neurolinguïstisch onderzoek. Een goede daarvoor is nog steeds het werk van de onderzoeksgroep van Shaywitz in het ‘Yale Center for Dyslexie’. Andere bronnen zijn te vinden in het werk van David Kemmerer (2015), van Brigitte Stemmer en Harry A. Whitaker (2009) en van Erika Hoff en Marilyn Shatz (2009). In Nederland gaat het om het onderzoeks-werk van Peter Hagoort aan het Neurobiology of Language Department. Een goed overzicht uit 1995 geeft het boek Dyslexia; Theory & Practice of Remedial Instruction, van Diana Brewster Clark en Joanna Kellogg Uhry. En Dyslexie; Theorie, diagnostiek, behandeling van J.J.Domont uit 1991. Het beste recente overzichtswerk is ‘Dit is dyslexie; achtergrond en aanpak’ van Aryan van der Leij uit 2017. Goed bekend zijn ook de uitgebreide en praktische Protocollen Leesproblemen en Dyslexie van het Expertisecentrum Nederlands, voor groep 1 en 2, groep 3 en voor groep 5 tot en met 8; respectievelijk uit 2010, 2011 en 2011. Betrokken auteurs zijn van Druenen, Gijsel, Scheltinga, Verhoeven en Wentink. In ‘Bestaat Dyslexie?’ (Levering, 2020) vind je veel zinvolle reflexie op het fenomeen van leesproblemen en dyslexie, door enkele gerenommeerde Nederlandse leesdeskundigen.

Zie tot slot ook:


[i] Protocollen Leesproblemen en Dyslexie, groep 5-8;Expertisecentrum Nederlands, 2011.

[ii] Handbook Of The Neuroschience Of Language; Stemmer en Whitaker, 2008.

[iii] Handbook Of The Neuroschience Of Language; Stemmer en Whitaker, 2008.

[v] Protocollen Leesproblemen en Dyslexie, groep 5-8;Expertisecentrum Nederlands, 2011.

[vi]  Leesonderwijs en leesbegeleiding voor leerlingen met ESM; Wentink, Hoogeboom, Cox, 2009.

[vii] Handbook of Language Development; Hoff, Shatz, ed. 2009. Specifieke taalstoornis (SLI).

[viii] The neurobiology of language beyond single wordprocessing; Science, 366(6461), 55-58. Disorders of Syntax; Beretta; In: Handbook Of The Neuroscience Of Language.

[ix] Handboek Taalontwikkelingsstoornissen; Onder redactie van Ellen Gerrits, Mieke Beers, Gerda Bruinsma, Ingrid Singer; 2018.

[x] Met lezen aan de slag in cluster 4; Wentink, van Oorschot, 2010. Zie: Protocol Leesproblemen en Dyslexie-groep 3, 2010.

[xi] Leesonderwijs en leesbegeleiding voor leerlingen met ESM; Wentink, Hoogeboom, Cox, 2009.

[xii] The Brain Book; Carter, 2009.

 

Heb je vragen over dit thema? Stel ze in de onderwijs community binnen de Wij-leren.nl Academie!

Dossiers

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief.

Uw onderwijskundige kennis blijft op peil door 3500+ artikelen.